Dit zit er in het etenszakje van een profwielrenner

Geen enkele lange koers gaat voorbij zonder ravitaillering, de zogenaamde bevoorrading tijdens de wedstrijd. Maar wat zit er eigenlijk in zo’n etenszakje die de renners daar krijgen uitgereikt? Tijd voor een nadere inspectie van de musette, om eens te zien wat een prof eet onderweg.

De ravitaillering is echt een begrip in het wielrennen, en het komt van het Franse ravitailler, wat bevoorraden of bijtanken betekent. Zo’n ravitaillering vind plaats in bijna iedere koers, en in een grote ronde als de Tour is het een dagelijks ritueel, waarbij soigneurs ergens halverwege de wedstrijd etenszakjes aanreiken aan de renners. 

Je hebt het tafereel vast wel eens op televisie gezien. Soms levert het chaotische taferelen op waarbij renners misgrijpen, en bijna in elkaars wielen rijden. Je zou je bijna afvragen of dat tegenwoordig niet wat praktischer kan.

Maar los daarvan is het natuurlijk heel interessant om eens te zien wat er in zo’n zakje zit, en wat je er als wielrenner aan hebt. Natuurlijk stopt iedere soigneur er net even wat anders in, maar gemiddeld zit er ongeveer hetzelfde in iedere musette. Waarbij er vaak net iets minder in het zakje zit tijdens een korte etappe, en juist wat meer tijdens zwaardere ritten.

Is een wielrenner dan helemaal overgeleverd aan de inhoud van zijn musette? Dat niet gelukkig, want een renner kan zich ook nog laten afzakken om zich te bevoorraden bij de volgauto.

Dit zit er (gemiddeld) in de musette van een profwielrenner:

  • 2 bidons met water en/of sportdrank
  • 1 klein blikje cola
  • 3 energiegels 
  • 3 energiereepjes
  • 3 rijstcakes (of taartjes of zoete broodjes) 

Water en sportdrank

Gehydrateerd blijven op de fiets is voor een wielrenner uiteraard van groot belang voor de prestatie. Zeker op warme dagen kan het daarbij hard gaan met vochtverlies. Aanvullen is dus het credo. 

Een gemiddelde profrenner werkt zo’n 8 tot 12(!) bidons weg tijdens een lange koers. Die 2 bidonnetjes in de musette zijn dus een welkome aanvulling. Afhankelijk van de zwaarte van de wedstrijd (en voorkeur van de renner) zullen die bidons gevuld zijn met een isotone sportdrank, een energiedrank of gewoon met water. 

Cola

Opmerkelijk, of toch niet? Het kleine blikje cola zit namelijk bijna standaard in iedere musette. De cola zorgt voor een hele snelle opname van suikers en is daarnaast natuurlijk een lekkere verfrissende dorstlesser. De kleine variant van 15 centiliter is daarbij perfect. 

Gels

Gelletjes zijn zoals je misschien wel weet superhandig onderweg om je energie snel aan te vullen, al moet je wel wel goed mikken met het plakkerige goedje. In ieder geval heeft een wielrenner er weinig kauwwerk aan, wat natuurlijk een groot voordeel is tijdens de koers. Je lichaam kan per uur zo’n 60 gram koolhydraten opnemen, en gelletjes helpen om die snel en gemakkelijk binnen te krijgen.

Koop je zelf energiegels, let er dan goed op of je een gel hebt die je zo kunt innemen, of dat je er wat water bij moet drinken.

Energiereepjes

Met een energy bar of energiereep krijgt een wielrenner meer noodzakelijke koolhydraten binnen. En die heb je bij een lange wedstrijd zeker nodig. Eén zo’n reepje bevat gemiddeld zo’n 200 tot 250 calorieën, en zo’n 20 tot 40 gram koolhydraten, waarvan een groot deel suikers zijn. Uiteraard zijn die reepjes er in alle smaken en varianten: van fruit tot chocolade en van vegan tot bioreep.

Rijstcake

Sportrepen van Henrik Orre.

Rijstcakes zijn een favoriet in het peloton, en ze komen in allerlei varianten. Sowieso maakt iedere ploeg ze zelf, en uiteraard worden ze afgewisseld met andere taartjes, cakejes en zoete broodjes. Een rijstcake zit vol simpele en complexe koolhydraten, en is een fijne afwisseling met alle reepjes, waar een renner soms wel eens klaar mee is.

Zelf rijstcakes maken voor onderweg? Met dit recept van Vélochef Hendrik Orre doe je dat in een handomdraai.

Af en toe wat extra’s

Ook een half banaantje, een proteïnereep op lange dagen, of een finalekoker om goed te finishen kan op sommige dagen in het etenszakje zitten. Zo’n koker bevat een oppeppend drankje met onder andere vitaminen, suikers en flink wat cafeïne, en het duurt ongeveer tien minuten voordat hij je de benodigde boost geeft voor de finale.

Je hebt het inmiddels wel begrepen, een profwielrenner kan niet zonder zijn musette. En dan is dit nog maar een deel van wat een renner onderweg wegwerkt.

Ga je zelf een (toer)tocht fietsen, dan is het uiteraard ook van belang om goed te blijven hydrateren, en om alle verbruikte energie weer aan te vullen. Natuurlijk geldt dit helemaal als je lang onderweg bent. Je kunt dan kiezen voor gelletjes en reepjes, net als de profs, maar alternatieven als koek, krentenbollen, witte bolletjes of bananen zijn ook prima. 

De kans dat iemand dat voor je klaarmaakt en aanreikt onderweg, die is alleen niet zo groot helaas. Al zou je misschien iemand zo gek kunnen krijgen…