Zo laat je ander verkeer veilig passeren

Ook al hebben we flink wat fietspaden, je ontkomt er als fietser niet aan dat je ook regelmatig op de weg rijdt. Gelukkig zijn dat vaak de rustige wegen waar je prima de ruimte hebt. Maar af en toe tref je het ook wel eens niet. Waar moet je dan op letten als wielrenner?

Wel doen: achter elkaar gaan fietsen

Ben je met meerdere wielrenners, dan doe je er natuurlijk goed aan om achter elkaar te gaan fietsen op een drukkere weg. Ten eerste is dat veiliger voor jezelf, en daarnaast voorkom je ook nog eens een hoop ergernis bij het overige verkeer. 

Wat minder gezellig misschien, maar meestal duurt zo’n situatie in Nederland niet lang. Voor je het weet heb je weer alle ruimte, en kun je weer twee aan twee fietsen. En als het even kan, dan sla je deze wegen natuurlijk graag over. 

Niet doen: te dicht op de kant rijden

Op een smalle weg kun je gemakkelijk de neiging hebben om heel dicht op de kant van de weg te gaan rijden. Je wilt het overige verkeer immers niet tot last zijn. Een logische en een sociale gedachte, maar wel een minder veilige keuze. 

Eén windstoot of een foute stuurbeweging is dan namelijk genoeg om je in de berm te doen belanden. Misschien wel met een valpartij tot gevolg. 

Beter dus hou je iets meer marge. Dat doe je uiteraard niet om automobilisten te pesten, maar ze moeten op die manier wel wat meer rekening met je houden. Waardoor ze ook vaker wat meer gas terug zullen nemen, wanneer ze je inhalen. En uiteraard is dat veiliger voor hen, en voor jou.

Wel doen: het fietspad kiezen als dat kan

Is er een fietspad, dan kies je natuurlijk voor de meest veilige optie die je hebt. Alleen al omdat het in de wet is vastgelegd dat je daar verplicht moet fietsen, en omdat je natuurlijk niet op een boete zit te wachten. 

Daarnaast scheelt het ook nog eens een hoop ergernis, en je helpt het imago van wielrenners weer een beetje op te vijzelen.

Niet doen: gebaren dat een auto je kan inhalen

Over het algemeen zal een automobilist in Nederland je vrij snel inhalen, zodra hij de kans heeft. Zeker op een rechte weg. Maar ga zeker niet gebaren dat inhalen mogelijk is, wanneer een automobilist eens twijfelt. 

Veiliger is het namelijk om die inschatting over te laten aan de bestuurder zelf. Ook al voelt het misschien wat ongemakkelijk, als een auto daardoor wat langer achter je blijft rijden.

Wel doen: goed zichtbaar zijn

In het donker zul je hopelijk de gewoonte hebben om met fietslicht te fietsen. Maar ook met slecht weer en als het schemert doe je er goed aan om je verlichting aan te doen. Automobilisten zullen je daardoor veel eerder opmerken namelijk.

Automobilisten zijn je dankbaar, en voor jezelf is het een geruststellende gedachte dat je zo goed zichtbaar bent. 

Verder is het natuurlijk boffen dat je in Nederland woont. Er bestaat waarschijnlijk geen land waar je als fietser meer de ruimte krijgt. Toch kun je ook in Nederland helaas wel eens van je sokken worden gereden, door een bestuurder die te hard rijdt en te weinig afstand houdt. 

Heb je daar geen zin in? Besteed dan wat extra tijd aan de route die je fietst. Wanneer je die zorgvuldig plant namelijk, dan kun je onveilige situaties in heel veel gevallen voorkomen.

Foto: Pavel Danilyuk