8 dingen die je als wielrenner vaak te horen krijgt

Dat wielrennen een prachtige sport is, behoeft voor jou natuurlijk geen uitleg. Toch kan al dat gewielren een hoop vragen oproepen. Zaken die zo klaar als een klontje lijken, maar waar de niet-wielrenner zich over verwondert en verbaast. Zoals…

Hoeveel kilometer…? Word je nooit eens moe?

Ja, van wielrennen wordt je moe. Net als van een middagje winkelen, of een avondje stappen. Maar het mooie is dat je dat graag voor lief neemt, zolang je wat leuks aan het doen bent.

Wat zij niet weten, is dat het met die vermoeidheid reuze meevalt wanneer je af en toe een dagje rust, en niet dagelijks een rondje aflegt alsof je het geel kunt winnen in Parijs…

En dan is er ook nog een stukje gewenning. Hoe vaker je iets doet, des te gemakkelijker gaat het je af!

Wat kost zo’n fiets eigenlijk?

Waarschijnlijk staat ie net behoorlijk te blinken, wanneer je deze vraag op je krijgt afgevuurd. Een racefiets is dan ook geen afgetrapt brikkie, waarop je snel nog even een boodschap doet. En ja, je kunt soms een goedkoop autootje kopen voor de prijs  van een nieuwe fiets. 

Een racefiets is dan ook een geavanceerd apparaat, licht van gewicht, en vaak het resultaat van windtunneltests. En dat is letterlijk en figuurlijk veel waard!

Fietsen, wat is daar nou zo leuk aan?

Je twijfelt even of de vragensteller tegenover je net uit een ander universum is gestapt. Natuurlijk kun je meteen, zonder nadenken wel tien antwoorden oplepelen. Maar waarschijnlijk zal je antwoord tekort schieten in de ogen van de persoon, die zelf in jaren al geen fiets meer onder zijn kont heeft gehad. En die bij fietsen denkt aan ploeteren op een roestige stadsfiets met platte banden. Twee werelden…

Krijg je nooit een zere kont?

Je vertelt net over een prachtige tocht die je zojuist hebt gefietst. En terwijl je in geuren en kleuren uitweidt over de route, werpt je gesprekspartner een blik op het kleine harde zadel van je fiets. ‘Zit dat nou lekker?’

Een geluk dat je ze kunt geruststellen. Weten zij veel dat je met zo’n zadel juist een hoop ellende voorkomt. En dat je zitvlees moet kweken… 

Waarom maken jullie zoveel lawaai?

Een begrijpelijke vraag natuurlijk. Verplaats je maar eens in die persoon die zondags zijn hond uitlaat, terwijl er een gezellig keuvelend mini-peloton voorbij scheurt over het fietspad, met salvo’s als ‘voor’ en ‘tegen’ boven de kakofonie uit.

Wat die mensen niet beseffen is dat samen fietsen super gezellig is en je dan graag van mening wisselt met de personen om je heen. En dat je bar weinig ziet, wanneer je achter elkaar aan fietst… Een waarschuwing hier en daar is dan erg prettig!

We zullen het er maar op houden dat een groepje wielrenners tegenkomen best wel indruk maakt, en misschien ook wel een tikje intens is…

Wat staat dat zadel hoog…

Wat in de realiteit eigenlijk betekent dat je stuurpen erg kort is. Want dat is aero. Een complimentje dus eigenlijk. En hoe langer je bent, hoe groter dat contrast. Wanneer je ook nog eens kiest voor een framemaatje kleiner, dan torent dat zadel natuurlijk helemaal boven alles uit als lange Jan in de Efteling. 

Opvallend voor de niet-wielrenner. Jij weet wel beter natuurlijk. Aero is everything toch?

Hoe vaak fiets je eigenlijk?

Toegegeven, dit kan ook een vraag zijn van een medefietser, wijzend naar de witte armpjes die onder je t-shirt uitpiepen. Als fanatieke wielrenner ken jij je Strava-statistieken natuurlijk uit het hoofd, waardoor je feilloos de cijfers oplepelt.

Gaat het nu alweer over wielrennen…?

Ja, een wielrenner zit meestal vol van zijn sport. En wanneer daar een gelijkgestemde bijkomt, dan escaleert de boel wel eens. Maar kom, er zijn ook zoveel zaken om te bespreken! Hoeveel lucht er in een band moet, of Dumoulin de Tour gaat winnen, de perfecte soklengte, de nieuwe fiets van Van der Poel en wat de mooiste koers is van het jaar. 

Maar laat ze er gerust wat van zeggen als het even over iets anders moet gaan. Er zijn meer belangrijke zaken, weet ook een wielrenner…

Foto: Unsplash