Wielrennen is een prachtige sport… en een lichte vorm van collectieve gekte. Want zeg nou zelf: mensen die vrijwillig urenlang op een smal zadel zitten terwijl hun benen in brand staan, hebben toch ergens een bijzonder draadje lopen.
Mocht je nog twijfelen, dan zijn hier acht redenen waarom wielrenners een beetje gek zijn:
1. Betalen om moe te worden
De meeste mensen proberen juist zo min mogelijk moe te worden. Wielrenners betalen graag duizenden euro’s voor een fiets, kleding en accessoires… om vervolgens drie uur lang kapot te gaan tegen de wind.
2. Een bijzondere relatie met de wind
Wielrenners hebben een bijzondere relatie met de wind. Voor gewone mensen is het gewoon… wind. Voor wielrenners is het een complete persoonlijkheid. Een vriend in de rug, een verrader van voren en een complot in de zij. Een wielrenner blijft daardoor gefascineerd, hoe de wind ook waait.
3. Al die vreemde termen
“Vandaag een rustig rondje, zone 2, cadans hoog, FTP testen, blokjes rijden.”
Voor buitenstaanders klinkt het waarschijnlijk alsof je een ruimteschip probeert te lanceren, voor jou is het gesneden koek.
4. Een fiets die duurder is dan een auto
Met droge ogen uitleggen dat 4.000 euro uitgeven voor een nieuwe fiets eigenlijk best wel meevalt. Wielrenners kunnen dat. Zelfs als er al een fiets van duizenden euro’s in de schuur staat…
5. Gek op bergen
Normale mensen zien een berg en denken: mooi uitzicht. Wielrenners denken: hoe steil is dit? Hoe is het asfalt, wie heeft de KOM of QOM en kan ik hier kapot gaan?
6. Wielrenners worden emotioneel van asfalt
“Dit is echt fantastisch asfalt. Kort geleden aangelegd en super glad.” Een zin die alleen uit de mond van een wielrenner kan komen, terwijl iedereen om hem heen gewoon… een weg ziet.
7. Slecht weer is geen een enkel probleem
Regen? Geen probleem. Windkracht zes? Goede training. Drie graden? Prima fietsweer… Waar een gewoon mens zich niet buiten waagt, daar gaat een wielrenner er ‘lekker’ op uit. Gewoon omdat het kan. Of omdat afzien fijn is.
8. Honderd kilometer is een rustig rondje
Als een wielrenner zegt dat hij ‘even een rondje doet’, moet je oppassen. Grote kans dat hij vier uur later terugkomt, compleet gesloopt maar met een enorme glimlach.
Conclusie
Ja, wielrenners zijn een beetje gek. Maar misschien is dat juist waarom het zo’n mooie sport is. Een beetje lijden, een beetje snelheid, veel koffie achteraf en eindeloos praten over fietsen.
En laten we eerlijk zijn: een beetje gek zijn maakt het leven vaak een stuk leuker.
Foto: Unsplash







