Stoempen over ellendige kasseien, op een racefiets met dunne bandjes. Hoe kom je op dat knotsgekke idee? We hebben het natuurlijk over Parijs-Roubaix. Hoe deze Hel van het Noorden bedacht werd en hoe die bijnaam ontstond, lees je hier.
Ieder jaar kijken we reikhalzend uit naar een nieuwe editie van Parijs-Roubaix. En niet voor niks natuurlijk. Dit monument in de sport is uniek, bizar zwaar en levert jaarlijks weer spektakel op. Al 130 jaar inmiddels.
Het oorspronkelijke idee
De race bestaat al zó lang, dat je haast zou vergeten dat iemand ooit het idee kreeg om over al die bizar slechte wegen een koers te houden. En het bijzondere is: het ging niet eens zozeer om die slechte wegen, maar vooral om een wielerbaan in Roubaix. Twee Franse zakenmannen hadden namelijk het idee die wielerbaan populair te maken, middels een race.
Die initiatiefnemers waren Théodore Vienne en Maurice Perez. Zij hadden net een nieuwe wielerbaan gebouwd: de Vélodrome André-Pétrieux in Roubaix, een industriestad in Noord-Frankrijk. Om publiek en renners naar die baan te lokken, bedachten ze een lange koers van Parijs naar Roubaix. Met een finish op de wielerbaan.
Twijfel over het parcours
Ze stapten naar de sportkrant Le Vélo, destijds de grootste wielerkrant van Frankrijk. Die zag er een goed evenement in en besloot de wedstrijd te organiseren.
Een journalist van de krant, Victor Breyer, verkende van te voren het parcours. Volgens de verhalen vond hij de wegen zó slecht dat hij eerst twijfelde of de koers wel mogelijk was.
De helft komt niet opdagen
De eerste editie van Paris-Roubaix kwam er desondanks, in 1896. De afstand die de renners moesten afleggen was 280 km. Opvallend aan die eerste editie was dat de helft van alle deelnemers niet kwam opdagen. Wellicht geschrokken van de verhalen van Victor Breyer.
De winnaar van die eerste editie werd de Duitser Josef Fischer. Bijzonder detail: tot 2015 zou hij de enige Duitser zijn die Parijs-Roubaix wist te winnen.
Keuze voor kasseien
Een wielerbaan was dus de aanleiding voor het bedenken van Parijs-Roubaix. Maar vanwaar die keuze voor kasseien? Het antwoord is simpel: betere wegen waren er niet in die tijd. Kasseien waren dus de enige optie. Pas heel wat jaren later kregen die wegen een bijzondere status.
Een nieuw probleem kwam pas veel later, toen steeds meer kasseiwegen verdwenen. Wegen werden opgeknapt en de organisatie moest daarom telkens op zoek naar alternatieve kasseistroken.
Gelukkig zijn er nog voldoende kasseistroken voor de wedstrijd bewaard gebleven. En tegenwoordig zorgen veel vrijwilligers ervoor dat deze wegen onderhouden blijven. Verrassend misschien, maar dat is nodig. Anders zouden veel kasseien wegzakken in de modder.
Zo ontstond die bijnaam
Dat Parijs-Roubaix de bijnaam ‘Hel van het Noorden’ kreeg, zal je niet verbazen. Toch heeft die bijnaam een oorsprong die weinig met de koers heeft te maken.
In 1919 gingen organisatoren en journalisten namelijk op verkenning, om te zien wat er na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog over was van de route naar Roubaix. Dat bracht ze naar een gebied dat totaal was verruïneerd door de oorlog. Een desolaat gebied dat er blijkbaar uitzag en rook als de hel.
Rijke geschiedenis
Kijk je naar de geschiedenis van Parijs-Roubaix, dan kan je wel stellen dat die bijnaam goed past bij de race. Ongeacht de weersomstandigheden. De tocht door Noord-Frankrijk is een ware martelgang voor de renners en een beproeving voor het materiaal.
Dat levert jaarlijks bijzondere verhalen op. Van de winnaars, maar vaak nog meer van de renners die pas heel veel later de wielerbaan van Roubaix weten te bereiken. Of daar niet eens weten te finishen.
Deze zondag kunnen we weer genieten van een nieuwe editie. Zoals altijd over die rottige keien, en met een finish op de Vélodrome André-Pétrieux. Met dank aan Théodore Vienne en Maurice Perez, die hun wielerbaan meer bekendheid wilden geven.
Foto: James Lloyd (Unsplash). Bron: Wikipedia







