Voorkom deze 5 fouten als je bergop fietst

De meeste wielrenners zien het als een mooie uitdaging. Maar je kunt natuurlijk ook een berg oprijden omdat je zo houdt van afdalen. Hoe dan ook: als je een berg beklimt, dan wil je dat zo efficiënt mogelijk doen. Des te leuker is het namelijk! 

Om te voorkomen dat je halverwege geparkeerd staat, moet je deze fouten in ieder geval niet maken. 

Te hard beginnen aan je klim

Al heb je nog zoveel grinta, begin vooral niet te hard aan je klim. Doe je dat wel, dan wordt het waarschijnlijk een ellendig lange tocht omhoog. Probeer in plaats daarvan juist in een lekker ritme te komen. Nice and easy. Waarbij je altijd wat kunt versnellen als het heel erg goed gaat. 

Wachten met lichter schakelen

Je wilt het liefst zo min mogelijk energie verbruiken als je klimt, en je doet dat door zo efficiënt mogelijk te trappen. In de juiste versnelling. Wacht dus niet met schakelen als dat eigenlijk nodig is, omdat je nog een lichtere versnelling ‘over wilt houden’. Het maakt je beklimming alleen maar zwaarder.

Krampachtig je stuur vasthouden

Klimmen is vaak pittig, en door de grote inspanning die je doet kun je heel krampachtig je stuur gaan vasthouden. Met heel veel spierpijn tot gevolg, als je eenmaal boven bent. Denk er dus aan dat je je bovenlichaam zo veel mogelijk ontspant. 

Niet van houding wisselen

Wanneer je bergop fietst, dan is het fijn als je een goed ritme vindt. Maar dat betekent niet dat je ook constant in dezelfde houding moet fietsen. Sterker nog: afwisseling is beter. Zo kom je niet met een zere nek of rug boven. Ga dus af en toe staan op je trappers, en wissel de positie van je handen.

Jezelf gek laten maken door anderen

Laat jezelf niet gek maken door de tijden van anderen, en ook niet door andere wielrenners die je inhalen. Er is altijd wel iemand die harder fietst namelijk. Een beetje competitie is leuk, maar jezelf opblazen halverwege de klim is allesbehalve grappig. 

Take it easy, en geniet af en toe van het uitzicht!

Foto: Pixabay