4 mythes over wielrennen ontkracht

Hardnekkige vooroordelen en misverstanden: ook in de wielersport kom je ze nog vaak tegen. Als het gaat over trainingsprincipes, maar ook over voeding en materiaal. Kan jij de fabels van de feiten onderscheiden? In dit artikel nemen we vier veelgehoorde mythes onder de loep.

1. Hard trainen is de basis van een goede conditie

Wie alleen maar traint met een hoge intensiteit, vergeet dat juist rustige training de basis vormt van je uithoudingsvermogen. Tijdens een training met lagere intensiteit train je namelijk pas goed het aerobe systeem. Dat is het energiesysteem dat zuurstof gebruikt en waarmee je een gematigde inspanning langere tijd kunt volhouden, zonder te verzuren.

Zonder de aanwezigheid van een goede basisconditie zal je progressie snel stilvallen. Daarnaast neemt de kans op overtraining toe wanneer je iedere keer het uiterste vraagt van je lichaam.

2. Gewichtsverlies maakt je sneller

Helaas ligt dat wat genuanceerder. Wanneer je afvalt, maar je vermogen blijft hetzelfde, dan ga je inderdaad sneller fietsen. In zo’n geval neemt het vermogen per kilogram lichaamsgewicht tenslotte toe. Deze watts per kilo zijn belangrijk, maar er is zeker een ondergrens aan hoeveel je kunt afvallen, zonder negatieve gevolgen.

Ga je beneden een benodigd vetpercentage, dan zal je immuunsysteem verzwakken en je energieniveau dalen. Met het gevolg dat je minder zult presteren en sneller ziek wordt.

Je ideale lichaamsgewicht is persoonlijk en hangt mede af van je doelen. Zoek je de grenzen op, dan is het raadzaam om een deskundige te raadplegen voor een advies en een bijbehorend dieet.

3. Koolhydraten stapelen verbetert je prestatie

Heb jij je voeding goed op orde? Dan is er geen noodzaak om koolhydraten te stapelen, kort voor een wedstrijd. De reden? Je lichaam heeft er simpel genoeg geen capaciteit voor om deze extra koolhydraten op te slaan in de spieren en lever.

Gemiddeld kan een lichaam ongeveer honderd gram koolhydraten opslaan in de lever, en maximaal zo’n zeshonderd gram in de spieren. Deze energie bewaart je lichaam als glycogeen. Het eventuele overschot aan koolhydraten slaat je lichaam op als vet.

Met training kun je wel de opslagcapaciteit in je spieren vergroten. Daarvoor moet je voldoende koolhydraten tot je nemen, maar dat is een constant proces en niet een kwestie van (over)laden vlak voor de wedstrijd.

4. Je banden maximaal oppompen is het meest efficiënt

Een hogere bandendruk zorgt voor minder rolweerstand, zo luidt het oeroude principe. En daar is weinig tegenin te brengen. Een vollere band heeft namelijk een kleiner contactoppervlak met de weg. 

Je band dus maar zo hard mogelijk oppompen, is de conclusie? Nee, want als het op bandendruk aankomt, dan is er sprake van een zogenaamde sweet spot. Oftewel, een ideale hoeveelheid lucht in je banden. Ga je daar overheen, dan zul je meer ongemak ervaren dan dat het voordelen oplevert. Banden vangen namelijk ook alle oneffenheden op van de weg en geven je grip in bochten. Uiteindelijk bepalen je eigen gewicht, de ondergrond en je voorkeur je ideale bandendruk.